’t Kind, dat dagen aaneen ’t laxeerend stroopje des dokters genoten had, zag ’r bleek, smalletjes, waarlijk afgevallen uit. Mama verifieerde, papa controleerde, de meid en de juffrouw deden ’t te nacht en te ontijd vergeefs.
En omdat niemand ’t tientje vond, lachte de dokter niet meer. Integendeel. Met hangende pootjes ried-ie nu zelf ’n onderzoek met Röntgenstralen aan.
Op ’n Vrijdagmiddag stapten mevrouw en meneer met Bennie, lekkerd ingebakerd, in ’n koets met gummibanden.
De meid giegelde achter de tullen gordijnen, en ’t beest van ’n juf, die den volgende dag zou vertrekken, had ’n schik voor zes.
Die had de vijf en twintig gulden van ’t onderzoek kunnen besparen - Die nam ’r wraak.
Tweemaal werd Bennie ‘door-gelicht’.
’t Werd op de foto ’n snoes van ’n poppeskeletje, heelemaal niet naar om te zien - alles uitstekend ontwikkeld en normaal, zoowel de ribbetjes als de beentjes - en ’n zeldzaam voorspoedig hersen-kastje - maar van de schaduwvlek van ’n tientje - geen spoor, geen symptoom!
‘U moet ’t zich heusch verbeeld hebben,’ zei de dokter: ‘of...!’ Daar verdedigde de vrouw zich grimmig tegen, ze had - of ze zou geen uur meer leven, ’t gouden tientje tusschen Bennie’s natte kluifpootjes gezien, ’t ’m zien slokken - ’n vergissing was buitengesloten!
Meneer sprak geen woord. Met de voorbeeldige scherpzinnigheid, die ’m aan de beurs ’n uitnemenden naam had bezorgd, overwoog-ie dat men geen ondergeschikten naar tientjes laat zoeken - Bennie’s X-stralen-portretje werd in ’t album gestoken, en nog in lengte van jaren door magen en vrienden als souvenir van ontzettende uren bekeken. Maar ook in lengte van dagen rees de vraag: waar is ’t tientje gebleven?
235