Röntgen-stralen te onderzoeken...? D’r zou toch ’n blindedarmontsteking ...’
De dokter schudde glimlachend ’t hoofd - mevrouw wond zich op. ‘Nou vraag ik ü dokter! Da’s de vader, de vader! Of de man ’t ongeluk wil roepen!’
‘Ik wil niks anroepen,’ verdedigde zich meneer - ja, hij leefde voor niemendal in ’n moderne tijd! - ‘ik doe alleen niet as de vogel struis! Ik steek me oogen niet in ’n molshoop...! Ik beweer enkel, dat as d’r godsbeware komplikaties intrejen, we voor geen kosten...’ ‘Man, hou je mond!’ riep mevrouw getergd: ‘ik zit op heete kolen, en jij verzint alles om me op te winden...’
‘Zoo,’ suste de dokter: ‘as ’t purgeermiddel niet helpt, kom ik morgen nog wel ’ns kijken... Niemendal! Niemendal...! Bij Vierhoek heeft ’n meisje van vijf pas gister ’n fluitje ingeslikt - en bij den banketbakker Meeuwissen ’t oudste jongetje voor ’n verreljaar ’n naald! En alles best terechtgekomen...! ’k Zou me tranen voor ’n ernstiger gelegenheid bewaren, mevrouw...!’
‘Ja, u heit goed praten,’ snikte mevrouw, plots den onpeilbaren afgrond van ’r huwelijk bloot-gevend: ‘maar as me kind wat overkomt, hou ik ’t hier niet uit...! Me Bennie is me alles; buiten me Bennie hè-’k niks, niks...’
‘Me vrouw is wat zenuwachtig...’, zei meneer met oneindige kieschheid.
Te dezer hoogte en stijging van mijn verhaal, rust m’n hoofd ’n poos op de hand. Men kan namelijk, zelfs met romantische zinswending niet ieder levensgebeuren beschrijven. De Franschen advi-seeren: ‘Glissez, mortel, n’appuyez pas!’, wijs begrip dat echter niet immer uit den nood helpt, integendeel dikwerf tot onaangename vertroebeling van ’n glashelder reciet aanleiding geeft!
Poge ik evenwel...
De donderslag hield aan, dagen en nachten.
Want het tientje, ’t bijna nieuwe tientje, dat de meid op dien ongeluksmiddag, toen ze met de gries en de bessensap gereed waren, had binnengebracht - ’t tientje dat de juf naast ’t bord en mevrouw dito in Bennie’s mond had gezien, ’t wanhopige tientje blééf in Benjamins maag.
234