Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



tellen. Ik had ’t, na ’n half dozijn pagina’s in m’n bed te hebben gelezen - ’t bed is de plek par excellence, om ‘des Pudels Kern’ van dramatischen arbeid al of niet te ontdekken - met ’n gebaar eens gefolterden naast ’t nachtkastje laten vallen, en was ingeslapen. Den volgenden morgen, op ’t punt ’t per aangeteekend pakket, en met ’t gedruk formulier dat daarvoor diende, aan den ‘dichter’ te retourneeren, aarzelde ik voor ’t eerst van m’n leven. Want de schepper van ‘Tarquinius Superbus’ woonde in ’t zelfde huis, alleen ’n verdieping hooger dan ik. ’t Mag je nu mal lijken, ’t mag van mijn wankel- en wispelturigheid, ook van mijn niet-berekend-zijn voor het verfijnd vak van littéraire beoordeelingen getuigen: vóór ik het stuk waarlijk inpakte, doorbladerde ’k nog ’n paar tafreelen, om meerdere balken onder het ijs mijner opinie te leggen. Toen verdween ‘Tarquinius Superbus’ uit het kantoor. Ik was stellig en vast overtuigd, dat m’n bovenbuurman Théod. Smit, dien ik niet kende en nooit had gezien, ’n onvoorwaardelijk prul had gewrocht. Enkel de intieme sensatie van onder één dak te wonen, had me ’n moment doen aarzelen.

Ook de visie van twee zwarte vrouwenoogen in ’n nog jong gelaat, die ’k wel eens op de trap was tegengekomen. De vrouw van den dichter, ’n Charmant wijfje, dat bij de baring van ‘Tarquinius Superbus’ ongemeen op haar étage geleden moest hebben...

’n Dag later, zóó toen ’k op m’n kamer m’n toffels aan had getrokken - of ze m’n thuiskomen beloerd had! - werd bezoek aangediend, ’t Vrouwtje van boven. Ze had, wat bij dien afstand onlogisch scheen, ’r mantel, ’r hoed, ’r voile, ’r handschoenen aan. En ze viel met de deur in huis.

‘Meneer,’ zei ze verlegen: ‘ik heb pas vandaag gehoord, dat u secretaris bij meneer Périer is, en meneer Périer...’

‘... Heeft aan uw man ’n stuk teruggestuurd,’ glimlachte ’k, ’t pakje dat ze in ’r geganteerde hand hield, op den omvang van ‘Tarquinius Superbus’ taxeerend.

‘Juist,’ zei ze : ‘en nu kwam ’k even bij u aan, om ’n beroep op uw rechtvaardigheidsgevoel te doen, en uw bemiddeling in te roepen, want ’t stuk, waaraan mijn man meer dan ’n jaar gewerkt heeft, kan nooit door meneer Périer in zoo’n korten tijd gelezen zijn...’ ‘Pardon, mevrouw,’ zei ik: ‘meneer Périer leest alles voortreffelijk.’ ‘Meneer!’, viel ze me in de rede: ‘dan is met óns stuk ’n vergissing

216

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.