Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



die nauwelijks, diep tegen den avond, ’n aarzelend bundeltje dag-schijn slurpte, en van onder z’n kruierskiel greep-ie ’n brok kalkig suikergoed of ’n cents-reep chocola, die de jongen met z’n koorts-oogen voor de zussies liet staan - de eerste dagen kwam ’n verlegen schooiertje, speelkameraad uit de buurt, voor moeder hooren hoe of ’t met Jan gong, enne of Jan al haast beterde - maar met den harden winter, die de menschen op d’r eigen lot anwees, die geen cent in de kruierij inbracht, werd ’t ziekbed van ’t kereltje, dat niemand bij zich in bed mocht hebben, dat versterkt moest worden, ’n bezoeking. Toen de gracht stevig dicht groeide, ijs als staal zoo sterk, was ’r ’n volle week goeie verdienste omdat vader ’n vlonder uit had gelegd, de centen van de grachtmenschen die makkelijk op de vaart wouen komen, opstreek. Met één regendag was ’t gedaan, begon ’t gewroet opnieuw, ’t gemier om aardappelen en brood, ’t uitschrapen van de pan door de niet te verzadigen kinderen, *t loopen naar de bedeeling, die niet scheutig dee, omdat ’r zooveel vóór gingen die beter d’r plichten waarnamen.

Jan, in de eene alkoof-helft, bij dag z’n hals rekkend, om langs 5t overgaasd raampje, halfwege van stoep-blauw doorsneden, ’n ko-zijn-grauwing der overzijgracht en naaldige, zwarte takken te zien, of as ’m dat verveelde de balkenzoldering van ’t pothuis met de geelbruine planken die kraakten, as ’r in de sigarenwinkel boven, iemand wat halen kwam - met verdraaid-ècht iedere keer ’t ge-piengel van ’t winkelschellere - Jan, moeilijk inslapend, omdat-ie de heele dag op z’n rug lee, hoorde dan dikwijls ’t gebrom en geklaag van vader, die zich inhield zoolang de meissies over de vloer waren. De heele zorg van de twee groote lichamen bij ’t petrolie-lampje, de doffe gedruktheid der reuzige schaduwen langs ’t helderder geel der zoldering, lei-ie te beluisteren, de verwijten heen en weer - wie de schuld had - enne wie de jongen bedorven - enne wat ’n vloek midden in de winter - met eiere die je niet kon be-machtige - enne drankies die niks hielpe - enne de halve slaap-mimte bezet... Zich niet verroerend al dee ’t nog zooveel pijn aan de eene kant, perste-ie z’n adem, akelig-wakker en angstig.

’n Dag van kinderlijk - opgewonden verheugenis had-ie in Februari, as de zomer zoo zoel, toen-ie voor de dokter, die ’m niet uit moeder ’r handen voor ’t Gasthuis los kon krijgen, ’n uurtje in ’n geleende, groote kinderwagen mocht rondgereden worden, om in de

156

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.