Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



hoe langer je ’t open liet hoe meer de turfwalm de kamer inzoog, ‘Nou dat wordt voor jóu ’n smulpartij/ zei Markus eindelijk. Bloed-krinkels zwommen voor z’n oogen, straf als-ie naar de purpering gestaard had. Hij zag geen vrouw, geen kinderen, geen duister - enkel de wriemlend spiralende geel-bijtende krinkels.

‘Ik zal ’m brajen/ praatte Saar: ‘as u de wissel morgen vroeg af-teekent, ga ’k de gulden halen en dan zal ’k ’m smoren zoo fijn, zoo zachies-an dat moeder ’m zuigen ken.’

‘Ja - ik alléén - ik eet me daar ’n gebraje kip - denk ’r niet an!’ -, sprak moeder met rustige zekerheid in ’t weer egale donker.

‘D’r staat/ viel Jet goedig-opgewonden uit: ‘d’r staat: dat is voor moeder een kip om te versterken! Staat ’r dat, ja of nee? Als u ’m nie in één dag op eet, doe u ’t in twéé dage! Waar of nie, vader?’ ‘Wees blij/ klonk de mansstem, sekuur van overreding: ‘wees èmmes blij dat je wat krijgt om te versterke! Ik mot ’r nog geen vlerk van hebben...!’

‘Malligheid! Wat prate jullie ’n aardige malligheid!’ redeneerde moeder, onbewogen aanzwartend tegen het vaal-scheemrend gordijn: °k Zal me daar ziek ete an kip voor mijn alleen! ’k Bin me daar ’n schrokkebos! Jij kookt ’r eerst soep van Saar - ’k zal je wel leere hóe - met ’n ons gehak - en vijf cente beene. Dan heb-ie eerst kracht in de soep en dan kracht in de kip. De kip die braaj-je Saar, in ’t vet van de soep. Hei ’k gelijk? Dan hebbe me allemaal soep en allemaal ’n kluif ie...’

‘Je heb groot óngelijk, moeder,’ hield Saar aan: ‘’n kip die voor u gebrajen wordt...’

‘Hij wordt niet gebrajen - hij wordt gekookt!’ begon moeder te knorren.

‘Toch gebrajen moeder! Ja we zelle de kracht ’r eerst uittrekken, as-die ü mot versterke!’

‘Dan braaj-je ’m - dan kook je ’m nie,’ zei moeder verveeld, ‘maar voor z’n allen.’

‘Hoe wou je één kip met z’n allen eten,’ rekende Markus op z’n vingers tellend: ‘Jij en ik, binne d’r twee en Saar en Jet binne d’r vier en Joozep en Bram binne d’r zes en Rachel en Flip binne d’r acht - en honderd tegen eene komt David...’

‘David komt zéker,’ telde Saar - David was ’r beminde, die eens in de veertien dagen op Vrijdagavond meê-aanzat: dat binnen d’r

151

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.