vinden, hoe plezierig, hoe prettig yt was afhankelijk te zijn van anderen. Sterker werd de crisis toen, bij de derde maal, de professoren wèl tevrejen waren maar toch verzochten om na Kerst nog even terug te komen. Zóó waren ze niet verantwoord. Bijna wanhopig was-ie thuis gekomen, die ’n pik op ’m hadden. Andere reden bestond ’r niet. Na dat examen werd het een openlijke vijandschap met de ouders. O, ’t geluk om ’n eigen huisje te hebben, niet dagelijks bespied te worden, niet de zeurige gemeenschappelijke maaltijden, niet de eeuwige afhankelijkheid...
Vandaag was Edi den uitslag voor... de vierde maal gaan hooren, hadden Henk en Johan, nu zéker van de overwinning, ’n rijtuig besteld om ’m af te halen, hadden vader en moeder èn Coba bloemen gekocht, leien de oude pakjes te wachten, het pakje met de visitekaartjes Edi Bing, Arts, dat al bij het éérste examen had gereed gelegen, haastig vermoffeld was toen ie zakte, en het pakje met het koperen naambordje Edi Bing, Arts, dat ook al vóór het éérste gekocht was, telkens met tranen en zuchten en mokken verstopt werd en in de olie gezet (voor het bederf) als-ie treurig en verwoed terug kwam. De visitekaartjes, de nette, sierlijke kaartjes Edi Bing, Arts, waren van Coba - het geolied naambordje met de scherpe krulletters Edi Bing, Arts, waren van vader en moeder. De schroefjes leien erbij, de koperen schroefjes om het in minder dan geen tijd in de deur te schroeven. Met het bordje kwam de zelfstandigheid. Zonder bordje bleef het verdrietig-doen van alle kanten...
Wel ’n kwartier had ze gezeten, het hoofd in de handen, niet durvend te luisteren naar ’t rijtuig dat ’m thuis zou brengen. Precies waar ze zat, kon ze alles hooren van op straat.
*n Hondenkar schrikte haar op, ’n wagen deed haar schókken. Werd de kamerdeur geopend, keek de meid, die van alles wist, de goeie ouwe meid, door den kier.
‘Is meneer *r nog niet?’
‘Nee, nog niet...’
°k Heb óók blommen, mevrouw.. .*
‘Dank je, Saar.. .*
Glee de deur dicht, suisde de stilte om haar leventje heen, haar leventje dat geen heelal kende, geen wereld, geen gebeurtenissen -enkel het verschrikkelijk dreigende, wanhopige examen.
134