Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



tafeltjes voorbij, zat opnieuw. En na een korte stilte riep hij, aristo-cratischer dan zoo even: ‘Enneemèèè!’ - De krans lag breeduit op het marmerblad van de tafel.

‘Cognacgrogje!’ Dat was verkeerd. Had hij het bij biertjes gelaten, dan zou het geval minder chagrijnig zijn afgeloopen. Maar hij wou. Ze waren nu eens pleizierig uit, z’n krans en hij. Z’n krans en hij konden zooveel weelde niet verdragen. Z’n krans en hij werden gevierd. Ze hielden geen oog van hem af. Hij hoorde ze aan de stamtafel fluisterend spreken over den krans - over zich zelf. Artistiek, kortaangebonden dronk hij het grogje, betaalde - de zaak werd eenigszins duur - nam den krans over den arm (ditmaal gelijk een burgerjuffrouw die met haar beugelmand naar de markt gaat) en verliet het café, rustig maar statig als een mannetjespauw. Ditmaal had hij de critieken van de Purmerender noch van de Kennemer-land vertoond. Per slot van rekening hadden ze aan zijn krans en aan zijn mimiek Napoleon I (slag bij Waterloo of St. Helena) genoeg.

En naar mate hij meerder grogjes dronk en zich in meerder koffiehuizen der provinciestad vertoonde, steeg zijn hooghartigheid, groeide zijn grandezza.

Van het eene café ging hij naar het andere, overal strak-kijkend, den mond trotschlijk omrimpeld, het voorhoofd geplooid als dat van een betoogend wijsgeer - den krans (ja, daar zat ’t ’m in) zèèr nonchalant over den schouder, den arm of in de hand. En langzamerhand gevoelde hij zich zoo artistiek-gelukkig, dreef zulk een zoete weelderigheid in hem op, dat hij moeite had in den passenden kun-stenaars-ernst te volharden, de schoone Caesar-rimpelen ongeschonden aan het koffiehuisvolk te vertoonen.

Eerst tegen den vroegmorgen begeleidde hem een goedwillig nachtwaker naar het hotel. Zijn oogen, branderig-bloedend, geleken het hoofd uit te kollen. Er was een voorname stilzwijgendheid in zijn doen. Nog was zijn gebaar schoon, zijn mimiek voortreffelijk, maar de linten van den krans, meerder aardsch, slierden door de slijk-plassen.

Bokje, voor het eerst en het laatst van zijn leven gelukkig, voelde niks van het Maartsche geregen.

126

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.