Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



Goede confraters bewijzen elkaar gaarne diensten.

Dat bevordert de bonne entente.

‘Merci/ zei Hein.

Zoodat een kwartier later Bokje hotelwaarts ging - het gezelschap speelde in een provincieplaats - met den krans over den arm. Het was lief weer, met regen op komst. Bokje bedoelde inderdaad met bekwamen spoed onder de dekens te kruipen. Om zes uur ’s morgens reisde ’t gezelschap naar een andere plaats. Zeven uur maffen was niet te veel. Er gebeurden evenwel dingen, er overvielen hem aandoeningen, die zijn kunstenaarsziel machtig bewogen. Hij was gepredestineerd dien nacht - zoo niet in de goot, dan toch zuur-aangeschoten te geraken.

Nauwlijks toch bevond hij zich op straat, of een passeerend dienstmeisje stond stil, keek hem na en bewonderde hardop - zulks tegen haar vrijer, wat ik bijkans zou verzuimen te releveeren: ‘Sjongen wat ’n pracht van 5n krans/ hetgeen dezen vrijer deed zeggen: ‘Zeker ’n komediant..

Zelfbewust stapte Bokje voort. Die publieke waardeering dee je aangenaam aan. Bijna echter sprong z’n hart op, toen bij het licht van een lantaarn twee heeren omkeken en de een hardop fluisterde: ‘Da’s nou Louis Bouwmeester - jè groote acteur...’

Bokje struikelde over een der linten. Dat was machtig. Je rilde er van. Vergeleken te worden met Louis - met Lou-wie... Plotseling keerde hij terug. Hij had behoefte een glas bier te drinken, een enkel glas, en dan naar bed.

Waardig betrad hij het deftigste café. De deur sloeg met poenig geweld en alle oogen vestigden zich op den krans èn op Bokje. Bokje had rimpels van grootemansgedachten om den gesloten mond. Er was iets in hem van Napoleon I staande op den achtersteven van het Frankrijk-verlatend schip, de hand in den boezem, de wenkbrauwen gefronst. Hem ontbrak nauwelijks het vlokje haar op het voorhoofd. Maar met een besliste breede deftigheid zette hij zich aan de tafel. Achteloos hing de krans over de leuning van zijn stoel. ‘Aanneme!’ Hij zei iets heel anders, iets inliggend tusschen ‘an-neemé> en ‘ènnemè’, iets half-Haagsch, half Amsterdamsch, maar ’t klonk artistiek. Iemand die zoo ‘ènnemè’ kon roepen, zoo gebiedend en tegelijk zoo vertrouwelijk, iemand die tevens zoo achteloos

124

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.