Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



dolgezellig vinden - dat je heelemaal geen moeite..

Ze praatte nog wat voort, de theekopjes bijschuivend, moeite doend om erg hartelijk te schijnen, om de accenten van vróéger, toen ze nog zulke échte vriendinnen waren, te hervinden.

Lisette zat over ’r, luisterde met ’t zélfde blonde jonge gezicht, ’r Was niets an ’r veranderd en toch stuitte al wat ze sprak, ’t Wrokte iets - ’r wrevelde ’n ding dat geen bewijzen had, dat onwaar leek, dat niet bestond, nee, onmogelijk kon bestaan en toch alle warme levende hartelijkheid in dood, klankloos gepraat stolde. Vragen, vragen en je liefste vriendin van de meisjesjaren, flink uit vragen of ’r wat was en wat *r was met Frits, ’r man - dat kon niet - dat kwam niet over je lippen - dat was ’n krankzinnigheid - want ’r was niets -ze deeën niet vreemd, net druk, niet ongewoon met mekaar. Niet één keer had ze Lisette uit *r gewone doen gezien. Twee, driemaal, nee ’t waren méér keeren geweest, had ze ze opzettelijk alleen gelaten, had ze an de deur geluisterd, of als ’t stil was snel de deur geopend en nooit, nooit ’n gebaar, ’n houding, ’n verlegenheid. Toch was die ééne week ’n marteling geweest, ’n ophitsing van wantrouwen. Ze vóélde dat die twee met hun spreken over ditjes en datjes, met hun prikkelende rust, met hun kalme vriendelijkheid, zelfde sympathieën, zelfde neigingen, dezelfde gedachten hadden, ’t Was ’n dwaze, wanhopige inbeelding, ’n ziekelijke jaloerschheid -telkens had ze zichzelf bedot en bedrogen - telkens vlamde Frits driftig op, als ze met ’r ouwe nonsens begon - ’n nonsens en ’n gemeenheid tegenover ’n vriendin die gast was - toch groeide ’r bij herhaling ’t sentiment dat ze bij die twéé te veel was, dat ze mekaar aankeken als zij niet keek, dat hun gesprekken een ondergrond hadden. Nee, ’r was geen schaduw van ’n bewijs. Frits dee hartelijk, Lisette verzon voor haar attenties. En zij, zij met ’r obsessie telde de uren die de vriendin nog zou blijven, ’n Vrouw bedroog zich niet. ’n Vrouw wist meer door ’r voelen, ’r vóór-voelen van de dingen, dan ’n man met z’n verstandig ontleden en wikken. Gisteravond, den laatsten avond, had ze bijna vat. Frits vertelde van ’n getrouwden man die z’n vrouw voor de mal hield, die hier en daar gezien werd met anderen - zij had toen vlam gevat en gezegd hoe geméén ze dat vond - hoe ’n man ’t kon doen; en opkijkend langs de lamp, de lamp, had ze gemeend dat Frits en Lisette niet luisterden, dat ’r ’n glans in hun oogen was - ’n starre glans in dezelfde richting.

114

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.