opnieuw. Waarlijk, hij zei langs z’n neus weg dingen die ’k absoluut niet wist.
‘Wie is die meneer?’ vroeg ’k heel zacht aan den vriend die me in de sociëteit had geïntroduceerd.
°n Kaffer,’ zei de vriend plomp.
‘En hij...’ begon ’k, ongeloovig.
°n Kaffer,’ herhaalde de vrind.
Op ’t zelfde oogenblik nam de zwijger-van-straks wéér het woord. Z’n bitterglaasje was her-vuld, z’n zwart oogen schenen levendiger te worden: ‘Wat zeit-u? Nee, da’s nou met uw permissie glad andersom! Néé meneer, de albinos zijn geen volksstam, heelemaal geen volksstam - de albinos die u gezien heit vind je overal, overal.’ ‘Da’s nièwaar,’ opponeerde de rijksontvanger: ‘ik heb altijd gehoord dat ’t ’n menschenstam in Afrika of zoo iets is.’
‘Glad verkeerd,’ zei de zwarte geleerde stug; ‘u weet ’r niks van, nee niks! Je vindt ze overal - ze hebben ’n rooie pupil en kijken ’t best als ’t schemert. Je heb ’t zelfde bij konijnen en zwaluwen.’
°k Dacht toch positief...’ haperde de rijksontvanger.
‘Néé, meneer!’ gromde hij voor ’t laatst.
Hij had geen joviale manier om anderen iets duidelijk te maken, maar in elk geval: hij had gelijk. De vergissing over albinos had ’k meer gehoord.
‘Hoe heet-ie?’, vroeg ’k wederom zacht aan mijn vriend.
‘Wat interesseer jij je voor die kaffer?’ grinnikte deze. ‘Piet Slap -enkel Piet Slap.’
Jullie hebt zeker woorden met mekaar gehad, dacht ik - natuurlijk de ouwe kibbelarij en herrie van ’n dorpje. Want al is de tóón van meneer Slap dan niet beminnelijk - hij schijnt z’n zaakjes te weten. En dan kom je er al licht toe ’n beetje pedant te zijn in de buurt van ’n stilstaand plattelands-slootje.
Er werd in dat bitteruur op ’t sociëteitje heel wat af geredeneerd. Meneer Slap bitterde zwaar. Maar hoe licht komt een ontwikkeld man in eenzaamheid tot fouten en excessen? Ontwikkeld was-ie positief. Praatten de anderen over onnoozele zaken, amuseerden ze mekaar met koffiehuismoppen - Slap zat als een spin in z’n web, sprak ernstig, maar wat-ie zei was doorgaans verstandig. Zoo herinner ’k me dat-ie af en toe wetenschappelijke bijzonderheden lanceerde, die interessant waren. Of-ie ’t dee omdat Falkland - de
108