Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



te observeren. De ernstige man met de lichtende glaasjes voor z’n oogen draaide mee.

‘Woont u hier al lang?’ - vroeg ’k, over de hoofden der anderen heen.

‘Ja, meneer/ knikte-die.

‘Nou, ’t is hier héél lief wonen/ zei ik, in den complaisanten toon van ’n sociëteits-gast.

‘Nee meneer - ’t is hier héélemaal niet lief wonen/ viel hij dadelijk onaangenaam-hard in. Er was iets van ’n waakhond, die ’t erf tegen vreemde geluiden beblaft, in z’n stem.

‘Zoo, vindt u ’t hier niét prettig'?’, vroeg-glimlachte ik, als iemand die óók gezelliger plekjes kende.

‘Heelemaal niet!’ - gromde hij.

Te dezer plaatse van mekaars ziele-besnuiving - ’t pleegt nu eenmaal over ’t weer, de omgeving, lichaamsongemakjes en meerdere dier ziele-intérieur-schübjes te beginnen - waar ter wereld zet men de poorten zóó wijd open, dat de eerste de beste overbuurman je schoonste, geniepigste kwaliteiten aanschouwt? - waar vermeien zich lieden, die elkaar voor ’t éérst zien, in stadige, veelsprekende, teedere zwijgenis? - te dezer plaatse van sociëteit-tasting werd ons vluchtig gepraat door de anderen overschreeuwd, die over muziek schenen te twisten, althans de jeugdige schilders in ’t dorp die als bijen op yt voortreffelijk natuurschoon nederstreken en met kisten natuurschoon - voorzichtig! - droog te bewaren! - ’t stedeke wederom verlieten -, de jeugdige schilder, eenigszins purper door Catz of Oranje-bitter, beweerde driftig dat Franz Abt minstens twee eeuwen geleden gestorven was. Of ’t ging om de twee eeuwen of om wat anders laat ’k in ’t midden. Zeker werd ’r over Abt getwist.

Toen nam hij, m’n tafelbuur, de man met het geleerde gelaat, het woord. Kalm sloeg-ie z’n glaasje om, prettig-bewust smakten z’n lippen, gezellig streek z’n beringde hand ’t bitternat van z’n snor en sekuur den kring toesprekend, met ’n stem die stilte gaf, geen tegenspraak duldde, zei-die rustig:

‘Jullie kléssen. Franz Abt is in achttienhonderd en negentien geboren en in achttienhonderd vijf-en-tachtig gestorven. In ’91 hebben ze pas ’n standbeeld voor ’m opgericht.’

‘Nou hoor je!’ riep de rijksontvanger.

Het ging als een vonk voorbij. Da’s ’n kalme knappe vent, dacht ik

107

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.