HEVIG AVONTUUR VAN TANTE MIJNTJE 113
schap aan tante Mijntje overbrengen. Juist wipt-die de deur binnen toen ’t dagmeisje er uit kwam. In de voorkamer was de lamp aangestoken, brandde ’t lichtje in *t komfoortje, zaten de twee pucken slaperig te scheefleunen. Tante scharrelde nog in Jt keukentje. Bennie begon met ’n greep te doen in ’t trommeltje met boterkoek, propte z’n mond vol, nam nog *n reep en zou door tante betrapt zijn, als-ie niet bijtijds in de alkoof gevlucht was. Benauwd, bang voor tante die 5t zeker aan moeder zou vertellen, gluurde Bennie door den kier van de deur.
Tante ging gemakkelijk in den leunstoel zitten, keek lodderig naar Toto en Titi, knipte met de oogleden en zei: „Shoo, shoo . . . Nou gane wij is lekker slaapies doen. . . hè, kindertjes? Hebbe jullie ook slaapies? Hè?” . . . Bennie in de alkoof, die al zóó veel van de pucken gehoord had en zóó dikwijls had hooren zeggen dat ’t tante niks zou verwonderen als zulke verstandige dieren op ’n goeien dag antwoord gaven, had moeite om z’n mond te houen. Wat zou tante schrikke! . . . Wat zou ze ’n gezicht zette . . .
Tante, lodderig-kijkend, knikkebolde even. Maar de dikke pucken, onrustig door neefje in de alkoof, bleven rechtop zitten.
„. . . Wat is d’r dan me raffedemijntjes ? . . . Hebben jullie dorscht ? . .. Shal de vrouw water geve ? .. . Drinkies hebbe, kindertjes?”
Op ’n schoteltje schonk tante Mijntje water uit de karaf, liet de honden drinken.
„Shoo... Shoo... Nou slaapies doen, hè? Strakkies ft klontje, hè? . . . Watte-shegt-ie dan? . .. Watte shegt-ie?” Rafrafraf! Rafraf!
„Goed shoo! Goed shoo! . . . Titi ook ’n goe-oe-oed hondjèèè van de vrouw, niewaar Titi?”
„Ja-a-a.”