io6 CORRIE
„Wil je dat wel is laten, zeg... en eens gauw naar achter gaan!”
„Ach wel nee mijnheer .. . 5k Doe ’t altijd . . . Wil u thee of koffie?” . . .
„Vraag aan je mama me een kop koffie te zetten, als *t niet te veel moeite is.”
„O wel zeker . . . ’k Zal ’t aan mama zeggen.”
„En vraag of ze ook wat inkt voor me heeft. . .”
„Moet u geen pennen?”
„Die heb ik zelf.”
„Anders nóg iets, mijnheer?”
„Nee .. . Dat jij naar je bed moet gaan — je ziet er moe uit... Je mama moet ’t hier brengen hoor ? Jij niet. De gang is tochtig.”
„O da’s niets,” lachte ze.
Hij begon Jt zich gemakkelijk te maken* trok z’n jas uit, schikte de kamer tot gezelligheid. In de gang werd geloopen, zachtjens-even ’n gestoot tegen den parapluistandaard, 5n gepiep van de buitendeur. Wat was dat? Daar had je 5t natuurlijk. Ze hadden zeker geen inkt in huis. In plaats dat nu dadelijk te zeggen! Dan was hij er zelf even om gegaan. De buitendeur stond op een kier. Wat ’n goeie menschen!
„Corrie, Corrie” . . ., riep hij de gang in: „Wat is dat nu! . . . Moet je je mama nog om tien uur uitzenden! . .. Hoor je me, Corrie? . . . Corrie-ie-ie!”
Geen antwoord.
Dichter bij de deur van de tuinkamer, klopte hij aan. „Ben je hier Corrie? . . . Mag 5k binnenkomen?”
Weer geen antwoord.
Verwonderd deed hij de deur open, schrikte terug. Op het bruinhouten kastje stonden de halve-port-fleschjes in vloeipapier gewikkeld. Twee op de bezeilde tafel, waren