De in elkaar gezonken heer, die nu zwaar met open mond snurkt, begon misschien zijn reis als een elegant krachtig man. Ik neem graag aan, dat zijn slobkousen een mooien overgang vormden tot zijn pantalon en zijn das correct en met smaak gestrikt is geweest. Door de nonchalante houding, waarin de slaap hem dompelde, zag men nu een flink stuk van afgezakte hardblauwe sokken — zoo groot was plotseling de afstand tusschen pantalon en slobkousen geworden. En van zijn over het vest hangende, verfrommelde das zal ik maar zwijgen.
Liever zou ik (wanneer dat niet te lang duurde) een loflied willen zingen op het smaakvolle ensemble, dat de neger vertoonde. Ik wil er slechts mee volstaan, dat ook hij slobkousen onder scherpe broekvouwen droeg. Als bussen sloten ze, deze onlogische voetbekleedingen. Wat zeg ik — onlogisch? Bij dien neger kreeg men het gevoel zonder slobkousen niet te kunnen leven. En hoe zijn das zat! zijn tonige en toch fleurige das, die op zich zelf reeds een stukje levensvreugde verbeeldde!
Ik vertelde reeds, dat de exoot op dit late, onfortuinlijke uur zich zelf een les overhoorde en blijkbaar in de geheimen onzer schoone