fijn genoeg is, Lord Wanhoop," raadt zijden-kousen-en-tricotages over-beleefd beginnend en opstuiverig tutoyeerend eindigend. Batisten-strikken-en-nouveauté’s zegt kort en krachtig en geheel in tegenstelling tot de luchtige artikelen die hij vertegenwoordigt: „Donder toch op, kerel van niks," En de kerel van niks geeft aan dezen raad gehoor, zegt nog iets van schorem en chineezenvuil om zijn figuur te redden. Hij gaat — volbeladen met afkeer en minachting en onhartelijkheid. Men had hem een leege plaats aangeboden, men wilde zijn welzijn, Strass-galanterieën, die de eerste was om zoo ridderlijk voor de Chinees op te komen, is plotseling een groot, ruim mensch, die toevallig wat vroeg aan het kaal-worden is — een familiekwaal zoo te zeggen.
De Chinees, om wie dit heele fel bewogen, dramatische gebeuren eigenlijk draait, had alleen even een soort onbehagelijke beweging met zijn magere schouders gemaakt, zooals een hond misschien doet, die weet, dat er iets onvriendelijks tegen hem gaande is, — Een hond echter zou met angstige bewegelijke oogen trachten te doorgronden — de oogen van den Chinees bleven strak onbewogen en heel stil. Hij hoorde niet eens, hoe sympathiek er over Aziaten en over Chinezen in 't bij