zonder gesproken werd. Allen, maar ook allen wisten iets goeds, en iets teeders en iets vriendelijks over Chinezen te vertellen — en ze hopen, dat hij het verstaat, ze zeggen het voor hem, het gele ventje met zijn trommel en zijn magerheid en zijn vreemd-zijn, Er is iets anders gekomen inplaats van de verbroederende Schlager, die samen gezongen, elkaar verdragen deed — de banale, dwaze, populaire Schlager. Er is ineens iets ontstaan, dat men solidariteit noemen kan, of gentlemanlike of alleen maar fatsoenlijk (niet met fesoenlijk te verwarren). Het heeft met de redelijkheid te maken en met de ziel — en met jongensdromen, die naar verre eilanden uitgingen, naar ponjaarden en ridderlijkheid— naar het verdedigen van de zwakken en ellendigen .... Ze zijn eens per ongeluk bij galanterieën, bij batisten dassen en zijden kousen verzeild. Zij hebben klare gezichten en warme stemmen en behoedzaamheid gekregen, Ze zouden iets heel moois en iets heel heldhaftigs kunnen doen, veel mooiere en heldhaftiger dingen dan Larry Pieffke. Maar ze kunnen dat Chineesje alleen maar sigaren en cigaretten aanbieden. En iets kleverigs uit zijn trommel koopen ze, iets dat ze nooit zullen opeten. En een schoon, diep en sterk