achter bebloemde palfreniers in het opgesmukte rijtuig — net als alle bruidsparen, die aldus van het stadhuis komende in triomftocht door de stad gereden worden en misschien voor den eersten en den laatsten keer in hun leven zulk een representatieve hoofdrol vervullen. x)
De bijrollen bezorgden hun spelers meer plezier. Naar gelang het einde van den stoet naderde, namen vreugde en jolijt toe. En op het laatst vertoonde zich zelfs een soort losbandigheid. Onaanzienlijke neven, die niet meetelden, wuifden joviaal tegen publiek en verkeersagenten, nichten van den platten lande gilden uitgelaten van plezier en opgewonden door de groote-stads-lucht. Ouder-wetsche tantes en vriendelijk mummelende opoes genoten zalig van het ritje, terwijl haar gedachten naar lang vervlogen tijden teruggingen.
Doch de uitbundigste vroolijkheid deed de laatste koets daveren, waarin men de minst respectabele familieleden ondergebracht had. Daar heerschte ongebreidelde feeststemming. En geen wonder, zat hier toch temidden van een dankbaar auditorium de oom, die „nooit
1) Hoewel neen, de laatste representatieve hoofdrol is het nog niet, al speelt die zich ook in staatsiekoetsen af.