vriendelijke familie-attentie opzij geschoven werd. Wel werd na langdurig en rukkend-zenuwachtig bellen het raam van het appartement 2 hoog even opgeschoven; een man in een openstaand overhemd riep, zonder eenige aandacht aan de charmes der jongedame te besteden, onverschillig, lakoniek en met toon-looze stem: „Ze late je niet derin" — sloot terstond hardvochtig zijn venster, om verder geen minuut van zijn nonchalante Zondag-namiddag-gezelligheid te verliezen.
De dame keek verwezen en geschokt — ze was nog heel jong achter die voile. Plotseling verloor ze haar dame-attitude, ging woest aan de bel trekken en gilde en schopte tegen de deur met haar hooggehakte schoentjes. De man met het nonchalante overhemd schoof het raam weer open en vertoonde zijn trouwhartige ruigbehaarde mannenborst. Ook het raam van één hoog ging open; er verdrong zich een heele familie met commensaals en verloofden. Ze keken afgunstig, tevreden en vol leedvermaak naar het elegante schepseltje, in gespannen afwachting van de gratisopvoering van een familie-dramaatje, een welkome afwisseling op de Zondagmiddag-familieverveling, en onvergelijkelijk boeiender dan Oome Keesje.