leek droomerig en huilerig — de andere vol leven en lacherig. De heer scheen zich niet heelemaal op zijn gemak te voelen — hij rukte vaak heftig aan zijn boord met een soort smoorbeweging, maar hij verslond de levendige en lacherige dame met zijn oogen, werkelijk: verslond — zijn oogen puilden er van uit. Nini en ik zaten in de elegante bar ieder met een armzalige kop koffie voor onze neus — de goedkoopste vertering op de blauw-gouden spijskaart van het mondaine en dure etablissement. En onze koffie werd al lauw, onderwijl de heer-met-de-2-dames door drie obers bediend werd. En hoe bediend en met wat voor verrukkelijke zaligheden! Larmoyant-voluptueus begon een strijkje te spelen, kostbare zijde en taffetas-changeant avondtoiletten ruischten voorbij, het fonkelde aan alle kanten van echte (en vooral onechte) diamanten, zoet-sterke bedwelmende parfums wolkten aan en geuren van uitgelezen gerechten — en in die aangenaam-feestelijke stemming stonden daar, beschenen door lage vieux-rose lampjes, onze simpele kleintjes-koffie koud te worden. Zwijgend, gegêneerd en hongerig keken we elkaar in onze afgedragen avondjaponnen somber en armoedig