mijn maag met het laatste argument in. „Vertrouw maar op mijn sex-appeal. In het uiterste geval heb ik geld voor 2 koffie zonder fooi. Het moet. Onze directeur is er met de kas vandoor," jammerde ze, „niemand krijgt een cent, en die cement-kennis van me is woedend, heeft me eergisteren met Willy gezien — ga nou mee, misschien nemen ze me wel in de Zwarte Huzaar voor een paar dansen. Mijn Straatjongensdans is toch temperamentvol, vind je niet? en laatst heb ik een geweldig succes gehad met mijn „Bescheiden Viooltje”. Het succes van het Bescheiden Viooltje kon ik me levendig voorstellen: met alleen wat viooltjes om borstpartij en heupen was Nini onweerstaanbaar, zoo blond, zoo jong, ja vooral zoo jong. De Straatjongensdans werd en wordt nog steeds in alle tingeltangels der wereld met een apache-pet, een roode halsdoek en een min of meer coquet jongenspak gebracht. De derde dans van Nini heette „Ontwakende Elf” — die was van de drie de ergste kitsch, daar probeerde ze het in het nette met veel sluiers en zoo. „Hou je Bescheiden Viooltje voor het laatst,” ried ik haar aan, „als ze je nemen."
We kwamen in de buurt van een corpulent heer met twee dames te zitten. De eene dame