bij den man die anders een gewoon burger pak draagt, met een lagen prijs en de maat op een kaartje. En een kleine rossige zachte poes had ik nog een tijdje willen hebben, zoo een met een scheef kopje en groote viooltjes-oogen.
Het pak van den man met den prijs en de maat er op gedrukt, zou zonder leeren riemen en vuurwapenen zijn en de domgrappige zin van die dienstbode een verrukkelijke werkelijkheid: drinken, drinken bij schemerlicht; nog heerlijker en werkelijker en ook nog ver-droomder dan het ooit in mijn herinnering geweest is, misschien.
De dienstbode, die ik nu eindelijk heb, zoo maar ineens, zonder veel moeite er voor te doen, raadt me een anderen titel aan. Maar die titel is er en de heer van de uitgeverij schijnt de onmogelijkheid ervan ingezien te hebben, het „Dinner by Candlelight" aan haar eenvoudige hersens per telefoon over te brengen. Wat hij er van gemaakt heeft, is werkelijk iets heel bijzonders voor zoo iemand.
De dienstbode vindt de interpretatie van dien heer niet goed — ze denkt dat ik het zelf bedacht had. — „Zoudt u er geen ander opschriffie van kunnen maken?" vraagt ze