1) Wèl het dragen van een gestreept jasje, omdat hij het zelf ook wel mooi vond staan,
2) Volstrekt niet het blauwe schort, omdat hij daarmee „in de maling” genomen werd en hij er al zenuwen door had gekregen. Het resultaat is, dat er nu een bediende-achtig iemand bij me rondloopt, die in het begin van de week in een pleizierig schoon jasje verschijnt; maar vanaf Woensdag ongeveer zijn de streepjes van het kleedingstuk niet meer te zien, alles is dan in een neutraal grauw vervaagd. Het soms nog eens in sierlijke pyramidetjes opgebouwde brood heb ik duidelijk tegen genoemd jasje aangedrukt zien snijden, ook als de Woensdag-periode al ingetreden is. En een enkelen keer is er een vluchtig bloemetje op de boter aangebracht. Neen, ik ben geen mensch voor een butler, mij ontbreekt volkomen de strenge magie van mevrouw Van Berch van Vleuten. Het is mij ook onmogelijk Kareis naam in het stof te schrijven, om daarna akelig schelms „stouterd” tegen dezen vader van twee kinderen te zeggen. „Ja, stouterd, zei ze tegen me en ondeugd en dat ik bij haar beschaafd was geworden. Ik ben een slaaf geweest met een schort voor — en wat ik alles in me naar binne geslikt heb, 't is te veel voor een vader