Juffrouw Leida heeft maar enkele mensche-lijke zwakheden: het schijnbaar in trance wegnemen van reeds genoemde voorwerpen, de vijf kinderen moeten op de een of andere manier erg mooi gekleed gaan, en zij zelf wordt graag „mevrouw" genoemd. Zij brengt het graag in gesprekken te pas: „En toe zei die winkeljuffrouw — gunst Mevrouw, wat staat die jurk uw dochtertje faan, nee heusch, Mevrouw, die moet u nemen, Mevrouw — Ik heb er een soort van compromis op gevonden door „Juffrouw Leida" te zeggen. Ik zou haar met alle pleizier van de wereld ook Mevrouw willen noemen, maar van mij verlangt ze dat niet. Trouwens, Juffrouw Leida klinkt veel aardiger dan Mevrouw — mevrouwen zijn vaak te corpulent en hebben mannen, waarvan men precies weet, wat ze doen, wat ze verdienen en welke hun vooruitzichten zijn. Ik geloof, dat die man van Juffrouw Leida niet veel vooruitzichten heeft. Het zal moeilijk voor hem worden met die drievoet, die vijf kinderen en Juffrouw Leida, die zoo graag een Mevrouw wil zijn. Hoewel, wat „manier van tak" aangaat, zou Juffrouw Leida vele mevrouwen een goed voorbeeld kunnen zijn. „Manier van tak" is een kleine woord-variatie van haar op het door alle