niets met „Het Steun" uitstaande hebben.
Eigenlijk had ik me wat meer op de hoogte behooren te stellen met de instelling „Het Steun" genaamd. Soms opperde Juffrouw Leida vage angst-vermoedens, die met Het Steun te maken hadden: „Als ze van Het Steun er maar niet achter komen," herinner ik me nu vaak gehoord te hebben. Maar een mensch hoort zooveel. Woorden als cultuurbolsjewisme, gave gulden en ideologische oorlog bijvoorbeeld geven me het gevoel van weer op school te zijn en er niets van te begrijpen. Van Het Steun kreeg ik op den duur den indruk van een boeman, die iets niet weten mag. Doch men behoort niet zoo te zijn, dat geef ik direct alle verstandige correcte menschen toe. Men behoort de dingen na te gaan en te begrijpen als modern mensch; men kan, wanneer men wil, alles in de couranten te weten komen tegenwoordig. Maar ik lees nu eenmaal liever over de Chineesjes in Katendrecht en feuilletons met moorden op ijzeren trappen. Ik hoor Juffrouw Leida ook veel liever over haar man met den drievoet vertellen, dan over Het Steun, waar ze toch zelf ook niet graag over spreekt.
Ja, die man van Juffrouw Leida loopt aan een drievoet, hij is asui de beterende hand, hij