— „Ijzerwinkel”, zei hij plotseling eenvoudig en heelemaal niet aangeschoten, „ijzerwinkel, goedgaande ijzerwinkel — ik ben geen gentleman (en hij sprak het extra Hollandsch uit), maar een ijzer-prolurk — ijzerwinkel, Veenschoten, kinderkamer voor P-Haatje, leeftijd drie tot twaalf jaar, onthoud het”, maande hij plechtig.
Natuurlijk onthield ik het. Het deed er niets toe, dat ik nat werd en koud tot op het gebeente op den langen kalen weg met brug en beek, knotwilgen en spaarzame villa's langzaam overgaande in de dorpsstraat met lage huisjes. Ik mocht nat worden, ik kon er tegen, en het ontwerp, het kostbare, zorgvuldig bedachte ontwerp voor de kinderkamer van een teeder kind was in een mapje opgeborgen; dit mapje was extra voor het ontwerp gemaakt, Het ontwerp had met alles rekening gehouden — den schoonheidszin van het kind van drie tot twaalf jaar, lage, doch ook voor een twaalfjarigen bereikbare meubels, een schelmsche pop en een eend voor den vierjarigen, een bescheiden boekenkastje voor den twaalfjarigen, divan met bergruimte voor drie- tot twaalfjarigen leeftijd — alles in zachte doch vroolijke kleuren. De staaltjes voor kussens, gordijnen en bekleeding had ik