in-gelukkig stilstaan; blij met de sensatie, die, goddank eindelijk, op het laatsfvan hun rustdag kwam opdagen. — „Dat fuile smerige gemeentepersoneel, alle gemeenteambtenaren, van mijn, hoor jullie, van mijn kunnen ze de keleere krijgen. Hoor jullie nou, wat jullie van mijn krijgen kunnen?" informeerde het in staat van oplossing verkeerende heerschapje met vergiftigde belangstelling bij het langzaam in den nacht verdwijnende gemeentevervoer-middel. Met de geheimzinnige ziekte, die de benevelde hater keleere noemde, was hij nog niet tevreden. Verschillende booze kwalen, die de apocalyptische engel over het mensch-dom zal doen neergeeselen, voegde hij er kwistig en met hartstocht bij. Op eentonige wijze, in eindelooze herhaling bezwoer hij steeds dezelfde ziekten op, lang nadat de tram reeds verdwenen was; en er tusschenin hoonde hij op huilerigen toon de litanie; „dat fuile personeel, fuil, gemeen gemeentepersoneel ,,,,
De agent, waar het mannetje letterlijk op stond te wachten, bleef lang uit. Voorloopig beleefde het een mat, doch vriendelijk succes bij de late en vermoeid geworden Zondags-gangers, die met kleine opmonterende uitroepen een soort koor vormden, dat de Grieksche