oppassen dat zijn zaak niet verloopt, want er kwamen woedende woorden uit de beweging-looze — en naar de brandlucht te oordeelen, moest er iets ontzettends met dat geplaagde hoofd zijn gebeurd. Het filmachtig personeel riep wanhopig: „Pa, waar blijft u toch, die mevrouw wil los.” De kapper maakte de mevrouw los, zooals men een oude auto zou demonteeren; hij trok er zich geen zier van aan, dat die mevrouw het voornemen had nimmer in zulk een onserieuse zaak terug te komen, waar het levensgevaarlijk was een permanent te nemen. „Brutaliteit", besloot ze als een korte conclusie met een booze blik op mij. „Men moest zich aan zoo iets heele-maal kunnen wijden”, mediteerde de kapper-kunstenaar, zonder eenige notitie van de beschadigde dame te nemen, „van 's ochtends tot 's avonds met goede modellen; ik heb zoo genoeg van dit heele gedoe hier.”
Het filmpersoneel had „Pa” gezegd, dus hij had een respectabele familie te onderhouden. Welk een moeilijke combinaties heeft de Schepper gemaakt, iemand die Pa, kapper en kunstenaar in één persoon vereenigen moet tot de dood er op volgt .„Ik geef mijn kunst nooit op”, vertrouwde de ongelukkige me toe, en ik zag hoe een nieuw slachtoffer zich niets