men, waaronder een nog veel oudere stenen Boeddha stond, die roerloos en onmerkbaar-glimlachend de tijd tot eeuwigheid verdroomde.
In deze toestand begon ik de zakelijke besprekingen. Het deftige echtpaar zou ergens heel boven in het huis zijn toevlucht zoeken - ik gaf me er geen rekenschap van wat ‘heel boven’ betekenen kon en de kwestie van de keuken behandelde ik met enige nonchalance. Nooit moet men keukens en wat daarmee samenhangt nonchalant behandelen, vooral niet wanneer een keuken gedeeld moet worden. Wel meende ik een bijna-onzichtbare blos van opwinding op het bleke gelaat van de berustende, handwerkende mevrouw te bespeuren toen het woord ‘keuken’ viel, maar wat had ik eigenlijk met een mevrouw te maken die ‘heel boven’ zou zitten - ik stelde me iets voor onder de nok van het dak. Er was direct een contract bij de hand en hoe vlug is een handtekening niet gezet - hoe lang had de reis naar Tahiti wel geduurd - ik had eens een invitatie van een verre bloedverwant op Papeete -waarheen ik voor die huursom op een vrachtboot had kunnen reizen.
De vier dagen, die ik in het huis met de tuinkamer heb doorgebracht, deden al mijn wensdromen in vervulling gaan: het goed gesitueerde deftige stadsgedeelte wemelde inderdaad van tentoonstellingen, zaken die Maison en House genoemd werden, exquise confiseur-cuisiniers en selecte restaurants, glanzende limousines, elegante heren, die door het House of Lords en dames, die door Maison de Paris gekleed waren. Van de acht tentoonstellingen
188