LATE WRAAK
Misschien moet men meer op mensengezichten letten en op dreigende gebaren die in vuistvorm tegen deze gelaten opgeheven worden, dan op een oud houten kerkje dat op een marktpleintje staat. Onbestemd van kleur is het kerkje, een beetje blauw en grijs, zo mild en mooi kan alleen de tijd kleuren. Er staan een paar grote bomen stil en beschuttend omheen. Op sommige dagen wordt het rustige pleintje druk en levend: fel marktgeschreeuw, geuren van haring en uien, geel en rood van fruit, carbid-lantaams tegen de herfstavond. Maar op zondag ligt het pleintje weer verlaten en de kalme, zwarte en gedempte stoet der ingetogen kerkgangers maakt de stilte en verlatenheid des te dieper.
Aan de overkant van het grachtje stond het bordje: kamers te huur. Het huisje zelf was smal, de hoge stoep uitgelopen op de treden - zelfs steen is niet tegen de tijd bestand - en het venster een idylle: een zachtrode lichtschijn, een kooi met groene parkietjes en kunstbloemen onder een stolp; ’t leek alles zo lief, ouderwets en vreedzaam.
Onder de stoep huisde een mandenmaker met een tragisch masker en van hem kwam de dreigend opgeheven vuist, toen de oude juffrouw opendeed. De kamers waren precies zoals ik ze me voorgesteld had met de lage
139