H. W. A. DAVIS & Co.
De echtgenoot van de op haar vet terende, met het ’Zus5 genaamde kind gevluchte Mevrouw Davis was dus alleen in de ’Villa Bonheur’ in het barre winterse Zandvoort a. d. Zee achtergebleven.
Ten tweeden male in zijn rampspoedig leven was Zandvoort hem noodlottig geworden.
Er was nl. aan de heer Davis een legende verbonden, die hij gaarne en dikwijls vertelde, dat hij in deze badplaats eens zijn kapitaal van een halve ton door toedoen van een compagnon verloren had bij een grootse poging tot stichting van een Casino. Eens had hij dus fleurige idealen gekoesterd van een gebouw voor feest en dans en amusement. .. toen hij nog jong was met een jonge vrouw.
Dat was de glorieuze tijd geweest van H. W. A. Davis & Co.
De tijd ook van de drie uitvindingen, waarvoor hij - na de débâcle - het patent niet meer had kunnen betalen. Hetgeen thans van de Heer Davis was overgebleven, was mager, éénogig, maaglijdend en een mislukking van het Leven. De derde uitvinding had hem zijn ene oog gekost, waar geen enkele bate tegenover stond.
Nog eens had een geheimzinnige aantrekkingskracht hem naar Zandvoort teruggevoerd - een bleke illusie van een zomerpension, die door zekere vuilheid, slordigheid, echtelijke ruzies en algemene [financiële en andere] ellende wel een illusie moest blijven.
En de Heer Davis had zich na deze laatste mislukkingen [niet toevallig in dit noodlottige Zandvoort] een nieuwe, sterke compagnon gekozen: de Dood.
In rappe opeenvolging waren alle slagen gekomen, die het noodlot uitdelen kan op het gebied van schulden, deurwaarders, beslaglegging op meubelen en afsnijding van dat, wat de volksmond plechtig ’het electra’ pleegt