weest, dat zijn stamboom terugging tot een Gastwirt ergens in Bohemen ? Gastenontvangster zou het kunnen heten. Maar zij hadden de achting en welwillendheid voor zichzelf en voor anderen verloren. Zij waren maandboek-jes-schrijfsters met commensaals geworden en daarmee uit.
Doch bozer en verschrikkelijker dan commensaals-en-daarmee-uit is de monsterachtig onnatuurlijke positie der ’paying guests’ in een ’home5 bij een ’dame van standing’, met al te beschaafde stem, die geen enkel woord verkeerd uitspreekt - integendeel veel Engelse en Franse uitdrukkingen met nadrukkelijk goede uitspraak als een hagelbui over je uitstort. Elk gebaar, elk woord hamert het je in: ik ben een dame, denk erom, ik ben een werkelijke dame van standing.
Het huis had parketvloeren, waar men als op rolletjes voortgleed, het huis had alles: goede boenwaslucht, dure etensgeuren, lift, centrale verwarming, alles op het gebied van kranen, geysers en moderne installatie en comfort. Er hingen zelfs etsen van Jan Poortenaar, Bauer en Harting in de gemeenschappelijke dining-room. Tussen 8 en 9 uur ’s ochtends, stipt, zou men daar, trek of geen trek, bij winter- of zomerzon of sip-regen met een notaris, twee lyceum-leraressen, een ambtenaar van het Inspectie-wezen, en twee leidende persoonlijkheden van de Koe-mestcentrale het ontbijt moeten gebruiken, breakfast zei de paying-guests-dame, die nu haar laatste grimas had opgezet, de afsluitings-grimas. Ze had er drie gehad: de voorzichtige afwachtings-grimas, de geïnteresseerde be-taalgrimas, waarbij de mond tot een nul trok en de losvoorname voor de kleine bijkomstige huisregels, waar ze me al als paying guest, haar paying guest, beschouwen ging. Ik was, afgemat door al die krampachtige voornaamheid en standing-sfeer, bijna vergeten, dat ik voor anderen kwam, voor verre buitenlanders eveneens van standing en vermogen, die eigenlijk voor paying guest in