Men leert veel, wanneer men geen schijfjes en getallenpapiertjes meer heeft. Men leert de verschillende maskers kennen, die de mensen bij zich dragen — ergens in hun jaszakken, geloof ik. Iedereen schijnt een smoezelig zakje te hebben, waar hij zijn gelegenheidsmaskers in bewaart. Men leert ook de Umwertung aller Werte op het gebied van antieke voorwerpen kennen — men leert veel - grote genade, wat leert men veel! - Als kleine wraak zei ik losweg: ’Hardlooper aan de overkant heeft dat Wedgwood-servies verkocht voor 900.’ De antiquair Hirsch werd bleker dan het zuiverste Wedgwood en verklaarde met slordige stem, dat het Wedgwood van Hardlooper zo vals als een kat was en hij, Hirsch, een echt al voor 300 gaf. Daarna scheen hij zich gereed te maken, direct bij Hardlooper ’aan te gaan’, na nog geïnformeerd te hebben, welke idioot het gekocht had en of hij het reeds in huis had. ’Iemand in het Charleston-hotel, een Australiër,’ antwoordde ik met die grote zekerheid, die alleen een pertinente leugen geven kan. Misschien ging hij nu eerst nog naar het Charleston-hotel. Het kon een middag van leuke misverstanden worden, en Hirsch en Hardlooper hadden wat om handen in deze slappe tijden.
Ik vond, dat ik de klok maar voor winkelprijs zou wegdoen, net als Hirsch. Ik werd een kleine Hirsch; zo ver kan het met iemand komen. In het dorp waren uitstekende banketbakkers-winkels, gaslantaarns en Herfst. Ik zou iets weemoedigs en literairs over de Herfst kunnen zeggen, maar daar moeten jaarlijks vele met fantasie begaafde, ingenieuze mensen iets nieuws over schrijven, elk jaar weer — bij elke nieuwe Herfst. Ik wil geen concurrent zijn, waar het leven toch al zo moeilijk is bij de crisis; en eigenlijk trof me in een der confiseur-etalages een taart. Het was een taart met vier etages van verschillende kleur, Reine de France-taart geheten. Ik kon zien, dat zij precies zo zou smaken als zij er uitzag — ik had extra mijn koffer met de klok op de met bruine en rode herfstbladen bedekte stoep