Maäsiejoth, wondere verhalen

Titel
Maäsiejoth, wondere verhalen

Jaar
1930

Pagina's
176



in pantoffels weggeloopen burgervrouwtje, dat hem met wanhopig, troostzoekend gebaar hij de handen vatte.

— Wat is me dat nou voor een vraagteeken?, dacht de drukker, die zooveel mogelijk taalbeelden aan zijn vak ontleende.

Maar vóór hij tot verdere overpeinzing kon komen, barstte het vrouwtje in onbedaarlijk, ze-nuw-verscheurend jammeren uit, terwijl zij al vaster greep de handen van den wel niet voor een kleintje vervaarden, maar nu toch wel vreemd ópkijkenden drukkerspatroon.

„Och meneer, meneer, mijn arm kind. Red het toch, red het! Reeds meer dan drie uren ligt het te huilen, ’t Schuim staat het arme wicht op den mond. Och meneer Coetinje, God zal u tot in eeuwigheid beloonen en ik zal u dankbaar blijven zoolang ik leef, red mijn kind! 't Is vast en zeker beschrieje. Ik had ook niet met hem moeten pochen, laten zien aan alle buurvrouwen, dat hij al traraatjes maakt. Juffrouw Sjouwerman uit de Kerkstraat, die boven me woont, heeft mij verteld, dat u alleen in staat bent, mijn arm kind af te schorremen. ^ ilt u mijn arm kind redden? Mijn arm kind!”

De drukker had met één oogopslag den geheelen toestand overzien. Hier was een van zenuwen

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.