Maäsiejoth, wondere verhalen

Titel
Maäsiejoth, wondere verhalen

Jaar
1930

Pagina's
176



bedreigt, die het den hartader afsnijdt, zoodat het doodbloeden moet. . . .

O wreede koning, gij, oppermachtige heerscher in waan, zou ik, een moeder, die treurt om het verlies van haar kind, mijn smartekreten versmoren? Weet, overweldiger van zwakken, dat de vloek van een moeder verder reikt dan het verste geslacht. . . . weet, stoffelijk schepsel, dat mijn vloek nog werken zal, als de maden, die de lijken uwer laatste nakomelingen overkruipen, reeds vergaan zullen zijn. . . . Want ik vloek u, ik, waanzinnig door de smart, die gij teweeg hebt gebracht in de tenten van Israël. . . .

Het bloed der onschuldigen, die gij heden liet dooden, zal eens vergiftigen het water van den Nijl. Rood zal het worden, bloed-rood, een tee-ken van wraak. . . . Neem dan u in acht, keer in tot uzelve, want niet ongestraft laat de God mijner Vaderen het kwaad, dat gij doet aan de kinderen van hen, die in Hem gelooven!

Een Moeder ziet scherp, vooral in verdriet! En daarom voorspel ik: Op den Dag, dat mijn Volk in jubelende zege het slavenhuis verlaat, dien Dag zal Egypte door een Wonder van ’t Water, vergaan als een leeuw, die brullend en sterk, woestijnen doorkruisend, door een enklen schicht van den felblauwen bliksem ter aarde

133

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.