8
het haar langs het voorhoofd, langs de slapen en achter de ooren in ééne lijn gelijk gemaakt wordt.
Daar het ons streng verboden is, verschillende plaatsen van den baard met een scheermes te ver-wijderen, en deze plaatsen moeielijk nauwkeurig kunnen aangewezen worden, zoo mogen wij in het algemeen het haar van den baard niet met een scheermes afscheren גלוח)•
Mannelijke personen mogen geene kleedingstukken aantrekken, die volgens de algemeene gewoonte voor vrouwen bestemd zijn; evenzoo ook omgekeerd. Dit geldt echter niet uitsluitend omtrent de kleeding, maar in het algemeen omtrent alles, wat tot opschik van het lichaam dient. Zoo mag geen man zich van blanketsel bedienen, het haar verven enz.
De strenge opvolging van al deze geboden behoort tot het eigenlijke Joodsche leven, dat een afkeer heeft van alles, wat eenigszins aan de zeden der oude heidenen herinnert en dus zijne belijders niet alleen in hun geloof, maar ook in hunne uiterlijke gedragingen daarvan zoo ver mogelijk wenscht ver-wijderd te zien. Alleen hij, die deze voorschriften eerbiedigt, vertoont daarmede het eigenlijk Joodsche karakter.
III.
DAGELIJKöCHE BELIJDENIS VAN HET JODENDOM.
Ons leven, dat eene voortdurende bestrijding moet