44
nen bevinden, als gedroogde vruchten, rijst, gierst, gort enz.
Zoogdieren en vogels mogen alleen dan genuttigd worden, wanneer zij op eene bepaalde, aan veler-lei voorschriften onderworpen wijze geslacht zijn (שחיטה). Zijn zij op eenige andere wijze gestorven
T ״ J
of gedood of is het slachten _ niet in ieder opzicht naar behooren geschied, dan zijn zij als נבלה voor
T ״ J
ons ongeoorloofd.
Maar ook al worden zij behoorlijk geslacht, dan nog zijn zij alleen dan geoorloofd, wanneer zij niet lijdende waren aan een van velerlei gevaarlijke gebreken, die ons bij overlevering nauwkeurig be-kend zijn (טרפה)■ Daar ook bij vogels vele zooda-nige gevallen kunnen voorkomen, zoo moet bij het openen van gevogelte streng op alle vreemde ver-schijnselen aan de verschillende leden en ingewan-den gelet en daaromtrent bij bevoegde geleerden eene beslissing ingewonnen worden.
Wanneer vleesch eenigen tijd buiten het ver-trouwbare toezicht van eenen Israëliet gebleven is, dan mogen wij het niet meer als geoorloofd be-schouwen, als wij niet door zekere teekenen of kenmerken weten, dat het niet verwisseld is בשר)
. T T
•שנתעלם מן ה^ין)34.
Van geoorloofde en behoorlijk geslachte dieren