38 30.
De Algemeene Vastendagen.(תענית צבור)Op de algemeene vastendagen, behalve op 9 Ab, is ons hoofdzakelijk alleen het genot van spijzen en dranken verboden. De verdere viering dier da-gen bestaat in de vermijding van bijzondere vreugde en genoegen, het uitspreken van boetgebeden (סליחות) bij den ochtenddienst, het inlasschcn van het gebed עננו in !שמנה עע*רד״ en het voorlezen van eene toepasselijke afdeeling uit de Thora en — bij den middagdienst — eene bijzondere haftara (דרשו/ ויחל)• Bijzondere onthoudingswetten echter gelden om-trent תשעה באב en den tijd van het jaar, waarop deze vastendag invalt. Geen wonder waarlijk, wan-neer men begrijpt, dat die dag, waarop Israël zoo menigmaal bitter leed getroffen heeft, bovendien de dag is van Israëls val en verbanning, van de verwoesting zijner heiligdommen en den ondergang van alles, wat eens zijn roem en luister vormde. Reeds op 17 Tammoez was de stad Jeruzalem in-genomen en de dagelijksche offerdienst in den tèm-pel gestaakt. Wie beschrijft het leed, dat Israël nog trof in de drie weken van dien dag tot 9 Ab, waarin het zijne laatste krachten uitputte in de verdediging van den tempel, het eenig overgebleven, maar heiligste bolwerk zijns bestaans! — In deze drie weken worden dus nog heden geene bruiloften