89
of andere bijzondere feesten gevierd, van niets ge-bruik gemaakt (behalve op שבת), waarbij de lof-zegging שהחינו moet uitgesproken worden en het haar van hoofd en baard niet afgeknipt.
Strenger nog wordt de onthouding, zoodra de on-gelukkige maand Ab ingetreden is, dus in de negen dagen van 1 tot 9 Ab. Dan mogen (behalve op Sabbath) vleeschspijzen noch wijn genoten, geene na het wasschen nog niet gedragen kleederen aan-getrokken, evenZoo geen kleederen gewasschen of ter wassching gegeven, ook geen bad genomen wor-den, tenzij bij hooge noodzakelijkheid.
Op 9 Ab zelven gelden in de eerste plaats de-zelfde onthoudingen als op den Grooten Verzoendag en begint het vasten, evenals op dien dag, reeds eenigen tijd vóór het invallen van den nacht. Boven-dien is het ons verboden van den vorigen dag ten 12 ure tot het einde van den vastendag in Joodsche ge-schriften, behalve van toepasselijken treurigen inhoud, te lezen en voorgeschreven, om van het invallen van den nacht tot ׳s middags 12 ure niet anders te zitten dan laag op den bodem, als treurenden. De gewone dagelijksche arbeid behoort althans tot 12 ure ׳s middags gestaakt te worden. Reeds bij den laatsten maaltijd (סעודה מפסקת) Vóór de intrede van den vastendag zit men, ieder voor zich zelven, laag op den bodem en eet niet meer dan één ge-kookte spijs.