138
ader geheel en al er uit verwijderd, van de pooten de nagels afgesneden en insnijdingen gemaakt in de voet- en beenge-wrichten, verder het hart geopend, het bloed er uit verwijderd en de spits afgesneden, van de lever de gal met een stukje lever er bij verwijderd en eindelijk de maag geopend en onderzocht, of eenig vreemd voorwt rp daarin aanwezig is (in welk geval het oordeel van bevoegden moet ingewonnen worden).
Alsdan wordt het gevogelte en alle geoorloofde en tot nut-tiging bestemde deelen daarvan, evenals alle vleesch, in water gezet, daarna van binnen en van buiten met zout bestrooid en een uur in het zout gelaten, terwijl de gemaakte opening naar beneden hangt, opdat het bloed behoorlijk uitloopen kan, en eindelijk op de gewone wijze afgespoeld.
Eieren, in gevogelte gevonden, moeten in ieder geval afzonderlijk gezouten, en mogen nimmer met melkspijzen gekookt of gebruikt worden.
D. Enkele nadere voorschriften.
Vleesch, dat in bevroren staat verkeert, mag niet in water gezet en gezouten worden, alvorens geheel ontdooid te zijn.
Wanneer het zouten ’s avonds geschiedt, dan moet men daarbij minstens twéé lichten hebben, om alles naar behooren te kunnen waarnemen.
Alle vleesch, ook van gevogelte, moet binnen drie maal 24 uren na het slachten, gezouten worden. Als die tijd verstreken is, dan kan het zouten niet meer plaats hebben en is dus het vleesch als טרפה te beschouwen. Bij het vleesch van vee is het in vele gemeenten gebruikelijk, het binnen de drie dagen behoorlijk met water te overgieten, waa!na het dan weder gedurende drie dagen gezouten kan worden.