112
verkeer, waarbij dergelijke aangelegenheden kunnen voorkomen, mogen dus tusschen Israëlieten onderling niet afgesloten worden, zonder dat bevoegde geleerden er over geraadpleegd zijn.
Ook het geven van geschenken, het verleenen van buitengewone diensten, het bewijzen van meer dan gewone beleefdheid enz. aan den geldschieter, in één woord alles, wat ais belooning voor den tijdelijken afstand van geld kan doorgaan of onwil-lekeurig den schijn daarvan aannemen, moet de schuldenaar vermijden.
Niet te verwarren met het nemen of geven van rente, dat slechts ons Israëlieten verboden werd, is het nemen van bovenmatige woekerwinst. Dit schandelijk misbruik van iemands tijdelijke verle-genheid, om hem, onder den schijn van hulpvaar-digheid, mededoogenloos van het zijne te berooven, is ons tegenover iederen medemensch niet minder verboden dan diefstal of roof in de ergste mate.
Ieder Israëliet, die zich aan het nemen van woekerwinst van wien ook schuldig maakt, vergrijpt zich vreeselijk aan het bezit van anderen en laadt bovendien schande en smaad op ons eerbiedwaardig Jodendom. _
De voorschriften omtrent dieren en planten.
Het gevoel van barmhartigheid, dat ons er toe leidt, aan zwakke en hulpbehoevende menschen steun en troost te verleenen, gebiedt ons tevens