110
houden (het laatste is echter als inleiding eener klaagrede op den overledene geoorloofd). — Met het oog op onwillekeurige afwijkingen van dezen plicht der vereering wordt de plaats, waar de doode gelegen is, steeds met eene behoorlijke, minstens 10 vuisten hooge afschutting (מחיצה) van de naaste omgeving
T ־ :
afgescheiden
6. De begeleiding van een lijk op den weg naar
zijne laatste rustplaats (הלויה המרת behoort tot
... ־ T : ־
de godsdienstige verrichtingen, die ons door onze geleerden met den meesten nadruk worden voor-geschreven. — Wie een lijk naar zijne laatste rustplaats ziet dragen, is verplicht, den lijkstoet ten minste eenige schreden te volgen.
7. Het doode lichaam en de doodskleederen met alles, wat onmiddellijk er bij behoort of er aan ver• bonden is, evenals de graven en wat er op groeit, zijn voor ieder ander gebruik volstrekt ongeoorloofd. — De graven zelf zijn onaantastbaar. Het opdelven of openen van graven is van Joodsch standpunt als oneerbiedige schending van de rustplaats der overledenen te beschouwen.
Waar de treurweek (אבלות שבעה) om overleden verwanten gehouden wordt, daar zijn wij verplicht, de treurenden te bezoeken en te troosten QTU) (אבלים, maar moeten daarbij - evenals de drie vrienden tegenover Ijob - met onze toespraak wachten, totdat het gesprek door de treurenden