80
Immers, de meesten hunner leetden in die onge-lukkige tijden van vervolging, waar alles tot sombere droefenis stemde. Wat wonder, dat zij, met Tsions val en Israëls vernedering voor oogen, zelden voor blyde gedachten toegankelijk waren.
16. Vooral op die treurige dagen en tijdstippen van het jaar, die van Israëls grootste onheilen getuigen waren geweest, hoort men hen bitter klagen en tot God schreien om genade en ontferming. Een onafzienbaren tranenvloed vormen de treurzangen (קיבורת) van 9 Ab met hunne hartverscheurende weeklachten om Israëls rampen van voorheen en thans (זכר ׳הטה ׳אמרתי ׳איך תנחמוני ׳אם תאכלנה אזכיר ׳אשאג ׳אצבעותי ׳אלי ציון ׳אשר ^שר"! enz.),
met hunne aangrijpende herinneringen aan schijnbaar vergeten goddelijke beloften of. aan vervlogen grootheid
(׳אתה אמרת ׳אש תוסר ׳איכה אצה ׳אמונים שררו
5־ T V: T : 1־ T "* I - " T : 1־ T T ־
אי כה אמר enz.), met hunne wanhoopskreten■. ׳אויה
v l “ T
׳אוי מה היה לנו ׳ואיך אנחם ׳ולבי חמרמר ׳אויה לי
T T : ־ :־י ־ ” T V I ״ : IT T T
׳זכר ה' מה היה לנו ׳אוי לי כי שדד אחלי ׳אללי לי
- -J - * י: T IT TT :
met hunne aandoenlijke verhalen of beelden, als ־ de sterrebeetden bvj Tsions val treurende, ׳אז בחטאינו
I•• T ־ :־־ T
de 24 afdeelingcn der priestencachten (כ״ד משמרות
כהונרה) van hunne plaatsen gerukt, איכה ישבה
T : T : T T •״
הבצלה en הלילו הה ליום ; Jeremia en de schoone, maar bezoedelde (Tsion), אז במלאת ספק; Jeremia op de graven der voorvaderen, אז בהלך ; Ahala en Ahaliba (Israël en Juda of Samaria en Jeruzalem,