58
tot de zegening oproept, is ten strengste verplicht, aan die roepstem gehoor te geven. Wie dit zonder wettige reden nalaat, overtreedt een duidelijk voor-schrift uit onze Thora en handelt oneerbiedig tegen-over de indrukwekkende herinnering aan Israëls heiligen tempeldienst. Om wettige redenen verhin-derd zijnde, behoort de !כה althans te zorgen, dat hij, alvorens de voorlezer tot de zegening oproept, de synagoge verlaten heeft.
De priesters begeven zich bij het begin van רצה naar de plaats voor de Heilige Arke, waar de ze-gening zal plaats hebben, nadat zij zich vooraf van lederen schoeisel ontdaan hebben en hun door de Levieten (לרם) de handen gewasschen zijn.
Zij plaatsen zich aldaar met hun aangezicht naar de Arke gekeerd tot vóór het begin der lofzegging, die aan de zegening vooraf, aat. Alsdan wenden zij hun aangezicht naar de gemeente, verheffen hunne handen onder het טלירת ter hoogte der schouders en richten hunne vingers op de bepaalde, voorge-schreven wijze.
De voorlezer zegt ieder woord van den zegen vooraf en dan spreken de priesters het uit.
Na het einde van ieder der drie verzen van den zegen antwoordt de gemeente אמן•
Waar slechts één priester de zegening verricht, wor t hij daartoe niet door den voorlezer met het woord כו־זנים opgeroepen.