57
van Pesach en op r־H worden לא לנו en *אהבת
T ' J I- T
weggelaten en noemt men dit dan הלל בדלוג) ; op de עשירת ימי תשובה het gebed אבינו מלבנו.
T : : V IV ן - : •♦ן }־■ T
Oorspronkelijk is dit gebed als bijzondere belijdenis, ׳ודוי bedoeld, waarom het dan ook op שבר־ן niet
r ־
uitgesproken wordt, behalve bij נעילרה• Ook op רב ירהב}) wordt het weggelaten, behalve, als deze op Vrijdag invalt, bij het ochtendgebed.
ברכת נהנים (De Priesterzegen).
Toen tempel en offerdienst nog bestonden, moesten de priesters dagelijks na het brengen van het mor genoflfer zich naar de daarvoor bestemde verhooging <|ידוכ begeven, om van daar met hoog opgeheven handen volgens het voorschrift van Num. 6, 22 — 27 het volk in naam van God te zegenen. Thans ge-schiedt deze plechtigheid, gelijk wij reeds vroeger zagen (II, 9), in de meeste gemeenten alleen op feestdagen bij enkele bidstonden, terwijl bij alle overige morgen• en מוסף bidstonden, evenals bij die van den namiddag op algemeene vastendagen en bij het slotgebed op ׳*ה״כ >n plaats daarvan het gebed אלהינו ואלהי אבורתנו door den voorlezer uitge-
I*• ״ ״ 5־ I”
sproken wordt.
De plechtigheid van den priesterzegen vormt thans de eerbiedwaardigste herinnering en het indrnkwek-kendste overblijfsel van den vroegeren tempeldienst, leder persoon dus van priesterlijke afkomst ׳יבהןו die ter synagoge aanwezig is, wanneer de voorlezer