49 8. Beweging en bezigheid in het algemeen.
Het overbrengen van eenig voorwerp (behalve die bij de kleeding en opschik behooren) uit een atge• sloten in een niet afgesloten gebied en omgekeerd (zie verder) — het dragen van een zoodanig voor-werp in een niet afgesloten gebied - het vangen, middellijk of onmiddellijk, van eenig dier - rijden -een dier berijden — varen — zwemmen - koop en verkoop — nazien van handelsbrieven - meten -wegen — berekenen - loten — lezen bij een licht (behalve in tegenwoordigheid van een ander) — het bespelen van instrumenten - het aanwenden van geneesmiddelen (tenzij bij niet onbeduidende ziekten, als zij door niet-Israëlieten bereid zijn).
Reeds is vermeld, dat men een op Sabbath onge-oorlootden arbeid ook niet door eenen niet-Israëliet mag laten doen, ook dan niet, wanneer men hem reeds vóór Sabbath opdraagt, den arbeid op Sabbath te verrichten (אמירה לנכרי).
• ; T : T ־:
Het is echter onder zekere voorwaarden geoorloofd, eenen niet-Israëliet vóór Sabbath eenig werk op te dragen, al bestaat ook de mogelijkheid, dat hij voor zich daaraan op Sabbath arbeidt. Deze voorwaarden zijn:
a. Dat het werk niet bij ons te huis geschiede;
b. dat het loon vóór Sabbath bedongen zij;
c. dat het werk in eens en niet per dag betaald worde;
Wag. 111,4