Liederen van huisvlijt, Eerste deel

Titel
Liederen van huisvlijt, Eerste deel

Jaar
1957

Pagina's
98



HET WOUD.

Donkre boomen uit mijn kostbaar woud, Geboren naar den hemel op te schieten,

En uit uw waaiend koepel-dak te gieten Koelte, waarvan de grijze aarde houdt, —

Zooals een orgel zijt gij opgebouwd:

Pijpen van klank en fijne hooge sprieten, Die uit hun steigering stemmen loslieten, — Te roepen staat gij, klanken wachtend hout.

Des ochtends komt uw hemelsche bespeler, Uw organist, uw goudenklankuitdeeler, — Zijn voet aanraakt uw donkerend pedaal, Zijn vingers zijn op dansende lichtstraal,

Hij loopt met trillers langs uw stammendos, En uit uw takken breekt verrukking los.

90

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.