Liederen van huisvlijt, Eerste deel

Titel
Liederen van huisvlijt, Eerste deel

Jaar
1957

Pagina's
98



Nu ligt gij in den schemer en ik droom Te luisteren bij het oer-oude zingen,

Dat de natuur gaf, vóór haar vormen gingen Zich scheiden-af, een arbeid diep en loom.

Want alle nacht geschiedt weer dit hoog wonder; De schemer roept ze ten gemeenschap aan,

Zij komen vloeien-af hun verre baan,

Ten oost en west en noord en zuiden onder.

Dan stijgt weer samenspel uit hunne koren.

Zij wisselen hunne ervaring uit;

Uit ster en bloem en steen en plant en kruid Wordt nieuwe schoonheid op de aard’ geboren.

Ik lig en luister, nevel trekt al op,

De sterren groeien aan de hemel-bogen,

Een blauwe nacht staat stil en onbewogen, — Maar in mij hamert rusteloos geklop.

Wanneer zal ook uit u, o maatschappij,

Donker reusachtig web van vreemde cellen, Gemeenschap en uitwisseling doen snellen De nieuwe schoonheid die den mensch maakt vrij ? —

89

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.