Liederen van huisvlijt, Eerste deel

Titel
Liederen van huisvlijt, Eerste deel

Jaar
1957

Pagina's
98



De aarde wordt gedekt door hemel-wegen;

De wolken glijden in de diepten neer;

De zeeën komen sterren aan-gestegen;

Het stroomende stroomt in elkander weer.

Nu is het uur der mijmering geboren;

Haar zoet gezucht door alle wezen vliet;

Uit alle dingen splijt een eige’ lied,

Wordt eenheids-fluistering van duizend koren.

Nu weg te duiken in de kern der dingen,

De wortels tasten aan het wordend woord,

De spindels zien, die wenteling ontvingen Van het leven dat zich-zelf weefc voort.

Ik lig en luister, tot de aard’ verzonken.

En hoor de wieling in haar trillend rijk;

Van al wat uit haar komt, mij aangeklonken, Ben ik de stem en hoorder tegelijk.

Ik ben voortbrenger en het voortgebrachte, Ik ben de ander die zichzelve’ ziet,

Ik ben de dader en de zich gedachte,

Ik ben de noemer die zich noemen liet.

Ik zie mij gaan onder de hemel-velden,

Ik zie mij liggen in den muilen grond,

Ik zie mij opstaan om van u te melden,

O leven, dat mij u te melden, zond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.