Ook ons werd nieuwe Vert' geopenbaard, Zooals aan vogels werd het lichtend land,
Zij heffen pluim en kop naar hunnen aard,
En worden onafzienbaar hecht verband*
Honger noch dorst kan splijten dezen band, Gestorven is besef van eigen aard,
Geboren is in hen het nieuw verstand Te samen op te gaan ten hemelvaart.
Maar wij, de sterke voeten aan den grond, Schrijden wij voort, onhoudbaren van tred,
En werpen uit, wie ons daar tegenstond.
Wij bouwen voor de menschheid nieuwe wet, Wij reiken aan de menschheid nieuw bestaan. En zijn als vogels, die het licht ingaan.
En ik verhief mijn stem tot de Natuur,
Nu weet ik wat gij wilt, Geweldige,
Ik heb U in het hart gezien, gij wenscht,
O smartelijke schoonheid van het leven,
Dat gij onzichtbare, te gruizel slaat,
Gij wenscht een wreed en trotsch geslacht op aard, Wreed voor zich zelf, en van bewustzijn trotsch Dat zij Verwonnenen en Winnaars zijn,
Dat zij, gebukten onder uwen wil,
Nochtans zich heffen, en uw wil uitspreken,
87