Van de nieuwe gemeenschap der Menschen

Titel
Van de nieuwe gemeenschap der Menschen

Jaar
1924

Overig
Een gedicht

Pagina's
85



Weten zult gij, wanneer mijn materie Waarin traag de Geest is zwevend, nu nog Onbewust, en woest, elementair, Aangeraakt zal worden met de handen Van een stralende, van een bevrijde Werker dezer tuimelende aard',

Eertijds zelf materie, loom en zwaar; Weten zult gij, en Ik zelf zal weten,

Als gij d' arbeidskracht in u begrijpt,

Zij, die zich niet kent, en zich wil zien,

Zij, die zich niet weet, en zich wil weten, Zij, die niets bezit, en is het AL

De arbeidskracht, de onbegrepene,

De zingende Energie, de Vormende,

Zij is de geest, die door de dingen zingt,

Zij is de blinde god in het atoom,

Die ziende worden wil, de tastende,

Die naar den nieuwen mensch roept, dat hij vrij Moog maken Hem, en aan zichzelven zichtbaar.

De arbeidskracht, het zingende gerucht,

Dat sterren opjaagt aan het firmament,

De golven door de klaterende lucht,

En dieren geeft hun voetstap door het woud; Die aan de lucht beschildert het gewaad Der door zijn waterdamp gesponnen wolken, Hij zal uit menschen ruischen als een God !

82

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.